Blenden

VatenAls de cognac in een vat volgens de keldermeester goed is voor een bepaalde kwaliteit, wordt deze cognac in een groot mengvat, tonneaux, gegoten. Hiermee begint het laatste en moeilijkste deel van het cognac maken, nl. het blenden. Bijna iedere cognac is een blend van vele verschillende vaten uit verschillende jaargangen en vaak ook uit de verschillende crus. Ieder cognachuis heeft zijn eigen stijl en karakter. Om deze stijl altijd te krijgen is blenden een noodzaak. Denk alleen maar aan het feit dat de wijn niet ieder jaar dezelfde kwaliteit heeft. Maar het mengen van soms wel honderden vaten verschillende cognacs geeft de cognac ook hele grote rijkdommen in het smaakpalet mee.

Ook kan het mengen van verschillende crus een prijs reducerende werking hebben. Immers de cognacs uit de Grande- en Petite Champagne zijn duurder dat de cognacs uit de Fine Bois of lagere crus.

De keldermeester is er voor verantwoordelijk dat de huisstijl altijd wordt gehaald. Hij (soms ook zij) kent de ontwikkeling van elk vat dat de firma heeft. Zij zijn dat ook vele jaren aan hetzelfde cognachuis verbonden en geven het vak ook dikwijls door aan hun zoon of dochter, die hen dan opvolgt bij het bedrijf.

De meeste grote cognachuizen hebben daardoor al vele generaties keldermeesters uit één familie. Bij de kleinere huizen zijn de eigenaren tevens de keldermeesters en geven het vak door aan hun kinderen.

Als de gewenste cognacs in het grote mengvat bij elkaar zijn gebracht wordt het alcoholpercentage naar 40% gebracht. Dit kan men doen door er heel voorzichtig en geleidelijk gedistilleerd water bij te mengen of een sterk verdunde cognac. Dit hele proces duurt 6 tot wel 30 maanden. Soms kan het ook nodig zijn de cognac wat bij te kleuren. Dit wordt gedaan met karamel en is tot op zekere hoogte door de Franse wet toegestaan.

Dan is de cognac klaar voor de botteling en de gang naar de liefhebbers.